Wandelen in de lucht!
Composities maak ik op basis van de tekeningen in mijn schetsboek. Voor de schilderijen vergrootte ik een compositie 3 of 4 maal met een kwadraatraster, maar bij Deadmans Bottom dacht ik bij de vergrote versie ineens ‘wat sáái!’ en ik borg hem op in de kast.

Na een aantal jaren keek ik nog eens naar het oorspronkelijke ontwerp, met de tekeningen op dezelfde maat als in mijn schetsboek. De rijen stenen die zo saai leken na de vergroting, deden me nu ineens denken aan schapenwolkjes. Het geheel kon je als een lucht zien!
Ik zocht een aantal andere vastgelopen composities op. Ook die kon je als lucht zien! En ook op klein formaat kon je ‘’in de ruimte’’ zijn! Wandelen in de wolken! Ik vergrootte niets meer en maakte schilderijen op doeken van 70 x 50 cm. Zo ontstond de serie ‘Luchten’.

Naar Dartmoor om luchten te tekenen
Speciaal om luchten te tekenen ging ik eind september 2013 naar Dartmoor. Maar soms gaat er van alles mis en komt er niets van het oorspronkelijke plan terecht.
Het begon al even buiten Exeter. Een laaghangende tak sloeg de ruit van de deur van de bus aan scherven, in Okehampton miste ik de aansluitende bus naar de camping, die bleek gesloten, en ik moest in het pikdonker mijn tent opzetten.
De volgende dag was een zondag. Ik liep over de Okehampton Range en de militairen bereidden hun schietoefeningen van de komende week al voor. Schuurtjes vlogen door de lucht, bengelend onder helicopters.
’s Middags begon het te misten. ‘Not much of a view today’ zei een man die met het hele gezin aan de Sunday afternoon scroll bezig was.
De volgende ochtend mistte het nog steeds. Ik was al 20 keer op Dartmoor geweest en zo langzamerhand wist ik welke paden zichtbaar genoeg waren om zelfs in de mist te kunnen volgen. Dan maar wat vaker op het kompas kijken! Toch was ik heel opgelucht toen ik Whitmoor circle zag opdoemen. Ik was precies goed uitgekomen!

Mist bij Watern Tor…
Vanaf de steencirkel nam ik het pad langs Hound Tor, Wild Tor en Watern tor.


Achter Watern Tor ligt één van mijn favoriete kampeerplekken. Als ik daar kampeerde, liep ik altijd naar boven naar ‘de rotspartij met het gat’ om het uitzicht over de vallei van de Teign te tekenen. Nu was er niets te zien. Mist… en een dode koe naast de rots. Daar kamperen was meteen niet zo aantrekkelijk meer!
Bij een kampeerplek iets verder op langs de Teign lag een dood schaap! Ook niks!

Een muurtje is handig om de tent terug te kunnen vinden als je even de mist in moet lopen om water te halen.
Crossing waarschuwde eind 19e eeuw in zijn ´Guide to Dartmoor´ voor de pixies die er op uit zijn je te laten verdwalen. Als je merkt dat ze vat op je krijgen, moet je je jas binnenstebuiten aantrekken. Ook als het nat is? Het ademend vermogen van de moderne Goretexjassen werkt dan de verkeerde richting uit!

Even trok de mist op. Was het voorbij? Zou het nu mooi weer worden?
Mist bij Grey Whethers…
De volgende dag zat alles weer potdicht. Dat was al de tweede dag!

Het pad was nog steeds duidelijk genoeg te volgen. Oriëntatie op de omgeving was er niet. Over Manga Hill en langs Fernworthy Forest liep ik naar Grey Whethers, de dubbele stenencirkel.

En verder? Zonder pad naar de East Dart in het westen omdat je daar zo goed kan kamperen?

Een duidelijk pad naar het zuiden leek beter.
Ik vond een idyllische kampeerplek waar het pad een beekje kruiste.

Al twee dagen was ik niemand tegen gekomen. Even was ik van plan de tent midden op het pad op te zetten. Maar je weet toch nooit wat er langs kan komen, dus ik koos een plek iets stroomopwaarts.
De volgende ochtend bij het ontbijt hoorde ik ineens vreemde geluiden. Ik gluurde onder de luifel door. Op het pad achter de tent draafde een heel peloton militairen met lichte bepakking en bewapening voorbij! Meteen trok ik mijn hoofd de tent weer in. Misschien zagen ze de tent helemaal niet, en ze zullen vast niet gedacht hebben dat daar een vrouw alleen in kampeerde. Maar als ze een uur eerder langs waren gekomen, hadden ze me met nauwelijks kleren aan bij de beek aangetroffen. Wat had ik dan gedaan? Me plat op m’n buik in het koude water laten vallen om me onzichtbaar te maken?
Even later hoorde ik de geluiden weer. Een tweede groep stormde langs!
Door de mist waren de schietoefeningen waarschijnlijk niet doorgegaan en je moet commando’s in opleiding toch bezig houden. Dus iemand zal wel gezegd hebben dat ze maar een rondje om de moor moesten gaan rennen.
Mist in Princetown…
Dit werd al de 3e dag in de mist! Ik liep naar Postbridge en nam de bus naar Princetown voor een dagje rust op de camping.

’s Nachts ging het stormen. Het regende in en de tent lekte. Wat deed ik hier? De tent was 30 jaar oud, de rugzak 20 en ik 65. Moesten we dit nog wel doen? Even dacht ik zelfs: ik wil naar huis!
De weersvoorspellingen bleven hetzelfde, maar opgevouwen in een natte tent zitten is ook niet alles, dan kan je beter weer gaan lopen. Ik wilde naar Calveslake Tor, een beschutte kampeerplek bij de Plym.
Aarzelende opklaringen…
Even buiten Princetown kwam ik een groepje wandelaars tegen die opgewonden riepen: ‘vanmiddag wordt het mooi weer!’
Dat moest ik nog zien! Maar inderdaad, er kwam zonlicht door de wolken!





Bij Eylesbarrow kon je weer tot aan de zee kijken!
Stralend weer!
Na 5 dagen mist was het de volgende dag zelfs stralend weer!
Om nog eens goed te kijken naar de plaatsen van mijn schilderijen van luchten, liep ik vanaf Calveslake Tor langs de Langcombe, Deadmans Bottom, Plym Head en verder naar de Erme Pits.







Voorbij de Erme volgde ik de Two Moors Way over de voormalige spoorlijn.

Ik wilde kamperen bij Hook Lake. Als ik beneden bij de Erme kampeerde, haalde ik het drinkwater altijd uit dat beekje. Maar zo hoog stond er nog geen water in de beek! En de Erme was nog een heel eind weg!

Geen beek in de buurt, en toch had ik langs het verharde pad water zien stromen. Het bleek uit een bouwwerk van de spoorlijn te komen, een in de heuvel uitgegraven inham waar boven mijn hoofd een buis uit de veenbodem stak. Waterleiding in de wildernis!
Schitterende zonsopgang

Ondanks het mooie weer werd ik de volgende ochtend weer wakker in de mist. Ik had ‘gedoucht’ onder het water uit de buis en met niet meer dan mijn regenjack en schoenen aan liep ik terug naar de tent.
Tegen een roze zonsopgangslucht zag ik de flarden ochtendmist optrekken uit de dalen.

Een lichtshow! Foto’s maken! Meteen! Niet eerst aankleden, want dan zou al dat moois al weer weg zijn. De militairen zouden echt niet langs komen, het was zondag, ze lagen vast nog te slapen!




Lichtshow op de heuvels
De ochtendnevel was verdwenen en het bleef mooi weer.

Ik was in een feeststemming! Op de heuvels ging de lichtshow verder, ik liep de helling af langs een gemakkelijk pad en beneden in Ivybridge lonkten de toetjes in de supermarkt.


Er kwamen veel mensen de helling op, wandelend of joggend. Iedereen genoot zichtbaar van het zonnige weer. Elke wandelaar die ik zag groette ik breed lachend.
Alleen een groepje van de scouting keek chagrijnig en zei niks terug. Zag ik er te smerig uit na een week op de moor?
Pas veel later realiseerde ik me dat ze net geleerd hadden dat je voor de veiligheid altijd in een groepje van minstens 3 mensen de moor op moet gaan.
En daar kwam een oude vrouw zo maar in haar eentje de moor af wandelen. Foei!
